Waarom noemen we het geen levenskennis?

Of leefwereldkennis.

Ik was in Windesheim Zwolle bij een bijeenkomst over ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid en scholing. We spraken onder andere over docenten die met hun eigen ervaringen willen werken en van daaruit ook ruimte willen maken voor de ervaringskennis van studenten.

We gingen aan de slag met de vraag of iedereen wel ervaringskennis heeft. En zoals vaak werd daarbij onderscheid gemaakt tussen levenservaring en ervaringskennis.

Toen zei ik ineens: waarom noemen we dat eerste eigenlijk geen levenskennis?

Want dat doet iets met de waarde.

Zodra we iets kennis noemen, nemen we het meer serieus. Wetenschappelijke kennis is kennis. Professionele kennis is kennis. Praktijkkennis is kennis. Maar wat mensen door hun leven heen leren, noemen we slechts levenservaring.

Alsof het pas kennis wordt als er later nog iets mee gebeurt.

Terwijl ieder mens door te leven kennis opdoet.

Over relaties. Over verlies. Over liefde. Over opvoeden. Over afhankelijk zijn. Over zorgen voor anderen. Over macht en onmacht. Over ergens bij horen of juist niet. Over schaamte, succes, falen, opnieuw beginnen, bestaansonzekerheid, gezondheid, werk, familie en duizend andere dingen die deel uitmaken van een mensenleven.

Dat is levenskennis.

Niet iedereen heeft dezelfde levenskennis. Integendeel. Juist doordat onze levens verschillen, weten we verschillende dingen.

En ergens daar begint ook ervaringsdeskundigheid.

Niet pas wanneer iemand een opleiding heeft gevolgd. Niet pas wanneer een organisatie iemand de functie van ervaringsdeskundige geeft. En ook niet pas wanneer iemand de eigen ervaring kan verbinden aan die van anderen.

Het begint bij bewustwording.

Bij het moment waarop iemand ontdekt:

Ik heb iets meegemaakt. Ik weet daardoor iets van binnenuit. En over mijn eigen ervaring ben ik deskundig.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het is een belangrijk kantelpunt.

Want zolang iemand de eigen ervaringen alleen ziet als iets wat toevallig in het leven is gebeurd, blijven ze vaak buiten beeld als kennisbron. Op het moment dat iemand zich realiseert dat er kennis in die ervaringen zit, ontstaat ruimte om die ervaringsdeskundigheid verder te ontwikkelen.

Je kunt gaan onderzoeken wat je precies weet.

Wat heb ik geleerd van wat mij is overkomen?
Wat is daarin heel persoonlijk?
Wat herkennen andere mensen?
Waar verschillen onze ervaringen?
Wat zegt dat misschien over een organisatie, beleid of systeem?
En hoe kan ik deze kennis op een zorgvuldige manier inzetten?

Ervaringsdeskundigheid is daarmee voor mij geen aan-uitknop.

Het is niet zo dat je het eerst niet bent en na een opleiding ineens wel.

Je bent deskundig over je eigen ervaringen. Vanaf het moment dat je je daarvan bewust wordt, kun je die deskundigheid verder ontwikkelen. Door te reflecteren. Door andere ervaringen te leren kennen. Door individuele ervaringskennis te verbinden met collectieve en systemische ervaringskennis. En door vaardigheden te ontwikkelen om die kennis op verschillende plekken te kunnen gebruiken.

En dan komt ook een ander begrip in beeld: ervaringsinbreng (bron Marcel van Kleijn)

Want ervaringskennis hebben en ervaringskennis inbrengen zijn niet hetzelfde.

Ervaringsinbreng gaat over de manier waarop die kennis een plek krijgt. In een gesprek met een student. In een klas. In hulpverlening. In onderzoek. In beleid. In een team of organisatie. Of in een proces van systeemverandering.

Daar kunnen heel verschillende vormen voor bestaan. Soms brengt iemand vooral de eigen ervaring in. Soms gaat het om gedeelde kennis van een groep. Soms wordt zichtbaar hoe ervaringen samen iets vertellen over de werking van een systeem.

Het gaat dus om niet steeds te beginnen bij de vraag:

Heb jij (of ik) eigenlijk wel ervaringskennis?

We zouden ook kunnen beginnen met:

Welke levenskennis draag jij met je mee?

En vervolgens:

Van welke kennis ben jij je bewust?

Wat daarvan wil je inzetten?

En welke ontwikkeling en vaardigheden heb je nodig om dat zorgvuldig en effectief te kunnen doen? (In relatie met jouw functie en taken)

Dat verandert volgens mij ook iets in het gesprek.

Want dan kunnen we stoppen met het maken van onderscheid tussen mensen die wel en geen waardevolle ervaring zouden hebben, wel of niet ervaringsdeskundige zouden zijn.

Laten we starten met het uitgangspunt dat iedereen kennis meebrengt.

Wetenschappelijke kennis.
Professionele kennis.
Praktijkkennis.
Ervaringskennis.
Bovenop de levenskennis.

Als kennisbronnen die ieder iets zichtbaar kunnen maken wat vanuit een andere bron misschien verborgen blijft.

Iedereen leeft. Iedereen leert. Iedereen weet iets wat een ander nog niet weet.

De kunst is om die kennis te leren herkennen, ontwikkelen en op de juiste plek in te brengen.

Inschrijf-formulier voor nieuwsbrief van EAPN Nederland

Welke soort netwerk lid 

To top