Samen werken aan een Participatiewet die mensen ondersteunt

De regels van de bijstand veranderen. Sommige wijzigingen gelden sinds 2026, andere volgen in 2027. Achter die veranderingen zit een jarenlang proces van gesprekken, ervaringen delen, voorstellen onderzoeken en samen zoeken naar wat beter kan. Daar hebben veel mensen aan bijgedragen. Vanuit EAPN Nederland zijn we sinds 2022 betrokken, nog in de nasleep van de coronatijd.

Nu er concrete verbeteringen zichtbaar worden, willen we daarbij stilstaan. Bij wat deze veranderingen kunnen betekenen voor mensen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de Participatiewet. En bij iedereen die eraan heeft meegewerkt: ervaringsdeskundigen, professionals, gemeenten, maatschappelijke organisaties en de mensen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Vanaf het begin ervaringen en kennis ingebracht

Onze betrokkenheid begon met online bijeenkomsten, georganiseerd door Sterk uit Armoede (SuA). Daar bespraken we knelpunten en mogelijke verbeteringen voor de korte termijn: spoor 1 van Participatiewet in balans.

Daarna organiseerden we samen met SuA bijeenkomsten in Zwolle, waar vijftien ervaringsdeskundigen meedachten over de fundamentele herziening van de wet, spoor 2, en over veranderingen in de uitvoering, spoor 3.

De inbreng was concreet. Neem de tijd om iemand te leren kennen. Zorg voor continuïteit in het contact. Voorkom dat mensen financieel achteruitgaan wanneer zij gaan werken of maatschappelijk actief worden. Erken dat jongeren niet vanzelfsprekend op hun ouders kunnen terugvallen. En kijk naar wat iemand al bijdraagt, voordat je gaat bepalen wat diegene nog moet doen.

Tijdens die gesprekken werd een pijnlijke spanning zichtbaar: mensen ervoeren dat zij niet zomaar mochten helpen en ook niet zomaar geholpen mochten worden. Terwijl onderlinge hulp juist een wezenlijk onderdeel is van samenleven. Een boodschap doen voor een ander, eten ontvangen van familie of zorgen voor iemand in je omgeving zou geen aanleiding moeten zijn voor angst over je uitkering.

Een terugkerende boodschap was dat het mensbeeld moest veranderen. Mensen willen gezien worden als iemand die van betekenis is, met mogelijkheden, verantwoordelijkheden en omstandigheden die aandacht verdienen.

Samen werken aan dezelfde verandering

Naast aanpassingen van de wet was vanaf het begin duidelijk dat ook de uitvoering moest veranderen. Meer werken vanuit vertrouwen en menselijke maat vraagt iets van het contact tussen inwoner en professional, maar ook van de organisatie, de leidinggevenden en de bestuurders.

Vanuit EAPN Nederland werden we uitgenodigd om aan te sluiten bij de werkgroep voor spoor 3. Daar werkten we samen met het ministerie van SZW, VNG, Divosa, beroepsvereniging SAM en de Landelijke Cliëntenraad. Aanvankelijk was ook Sociaal Werk Nederland betrokken; die organisatie heeft zich later teruggetrokken.

In 2024 kreeg een gezamenlijk programma concreet vorm. Iedere organisatie ging vanuit de eigen expertise en achterban aan de slag met de gewenste verandering. VNG werkte aan een leeragenda, Divosa richtte zich op leidinggevenden en SAM op het vakmanschap van uitvoerende professionals. Vanuit EAPN Nederland ontwikkelden we het actieleerproject KEUS, waarin ervaringsdeskundigen en gemeentelijke professionals samen onderzochten hoe ervaringskennis kan bijdragen aan een andere uitvoering.

We hadden ieder een eigen bijdrage, met één gezamenlijk doel: een Participatiewet die mensen beter ondersteunt, vanuit vertrouwen en menselijke maat. Het mensbeeld stond daarin centraal. Hoe kijken we naar iemand die bijstand aanvraagt? Welke aannames nemen we mee? En wat betekent dat voor de vragen die we stellen, de mogelijkheden die we zien en de ondersteuning die we bieden?

Die samenhang is essentieel. Een professional heeft ruimte en ondersteuning nodig om anders te kunnen handelen. Een leidinggevende moet die ruimte helpen organiseren. Bestuurders moeten de gewenste verandering dragen. En mensen die afhankelijk zijn van de Participatiewet moeten kunnen meepraten over wat goede ondersteuning voor hen betekent.

KEUS: samen onderzoeken en uitproberen

Binnen dat gezamenlijke programma ontstond KEUS: Kennen, Ervaringen, Uitproberen en Starten. Samen met gemeenten gingen we aan de slag met de vraag hoe ervaringsdeskundigen en ervaringskennis kunnen bijdragen aan een Participatiewet die meer in balans is. Een project wat we samen het het Lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg hebben gedaan, waarbij Sterk uit Armoede ons heeft versterkt met hun ervaringsdeskundigen. Dit project viel bij Windesheim onder de werkplaats Sociaal Domein Flevoland.

Daarbij ging het om meer dan ervaringen vertellen. We onderzochten samen wat die ervaringen zichtbaar maken over regels, werkprocessen, bejegening en de ruimte om iemand daadwerkelijk te ondersteunen. Vervolgens probeerden we uit wat anders kon.

Wat gebeurt er wanneer je een gesprek begint met de vraag: ‘Hoe kan ik helpen?’ Krijgt iemand dan ruimte om te vertellen wat er speelt? Kun je samen onderzoeken wat nodig is? En wat vraagt dat vervolgens van de professional en de organisatie?

De kracht zat in het samen leren. Ervaringskennis, professionele kennis en beleidskennis brachten verschillende aspecten van hetzelfde vraagstuk in beeld. Door die met elkaar te verbinden, konden we aannames onderzoeken en werken aan veranderingen die in het dagelijks leven verschil maken.

Verder kijken met het Netwerk Ervaringsdeskundigen Participatiewet

Voor de langere termijn hebben we binnen de opdracht Netwerk Ervaringsdeskundigen Participatiewet, samen met SuA en Movisie, opnieuw uitgebreid gereageerd op voorstellen binnen spoor 2.

Meer dan tachtig mensen namen deel, van wie zeventig bij meerdere bijeenkomsten aanwezig waren. Daardoor konden gesprekken zich verdiepen. Mensen konden op voorstellen terugkomen, ervaringen naast elkaar leggen en onderzoeken welke gevolgen een verandering mogelijk zou hebben.

Ook jongeren, nieuwkomers en mensen met weinig of geen arbeidsvermogen brachten hun kennis in. Daarmee werden aannames zichtbaar die gemakkelijk buiten beeld blijven. Bijvoorbeeld dat ouders financieel kunnen bijspringen, dat iedereen ingewikkelde brieven begrijpt of dat iemand met voldoende aansporing uiteindelijk wel betaald kan werken.

Een belangrijke uitkomst was dat mensen de gezamenlijke gevolgen van beleid ervaren. Hun inkomen wordt bepaald door de samenhang tussen uitkering, loon, toeslagen en voorzieningen. Hun gevoel van zekerheid wordt daarnaast beïnvloed door brieven, wachttijden, verrekeningen en het contact met de uitvoering.

Een maatregel kan op zichzelf goed bedoeld zijn, terwijl de uitwerking toch onzekerheid veroorzaakt. Bijvoorbeeld wanneer iemand gaat werken, maar niet kan overzien wat er met de aanvullende uitkering en toeslagen gebeurt. Of wanneer ondersteuning formeel beschikbaar is, maar de aanvraag zoveel vraagt dat iemand vastloopt.

Daarom hebben we steeds benadrukt dat bestaanszekerheid het fundament moet zijn van waaruit mensen kunnen herstellen, zich ontwikkelen en stappen zetten. Daar horen een toereikend inkomen, voorspelbaarheid, begrijpelijke informatie en zeggenschap over het eigen leven bij.

Verbeteringen die verlichting kunnen geven

De voorstellen voor de langere termijn zijn nog een afzonderlijk traject. Tegelijk worden met de wijzigingen uit spoor 1 al belangrijke stappen gezet.

Sinds 2026 mogen mensen jaarlijks tot € 1.200 aan giften ontvangen zonder meldplicht; zij moeten het totaal wel bijhouden. Gemeenten kunnen onder voorwaarden bijstand tot drie maanden terug toekennen. Voor kwetsbare jongeren kan de zoektermijn van vier weken vervallen. Ook is opnieuw bijstand aanvragen binnen een jaar eenvoudiger geworden.

Vanaf 2027 kunnen gemeenten een bufferbudget van maximaal € 1.000 per jaar inzetten voor deeltijdwerkers met aanvullende bijstand die door inkomensschommelingen onder het sociaal minimum komen. Ook ontstaat meer ruimte voor maatschappelijke participatie en ondersteuning daarbij.

Dat bufferbudget wordt in nieuwsberichten soms gepresenteerd als ‘€ 1.000 extra’. Het is belangrijk om duidelijk te zijn over de bedoeling: gemeenten kunnen hiermee inkomenstekorten opvangen. Het is geen automatische verhoging van de uitkering.

Deze veranderingen raken aan concrete knelpunten die mensen al jaren benoemen. Hulp kunnen ontvangen van familie of vrienden. Niet eerst verder in de problemen komen voordat ondersteuning beschikbaar is. Een stap naar werk durven zetten. En ruimte krijgen om op een passende manier van betekenis te zijn.

Voor iemand die iedere maand moet rekenen, kunnen zulke veranderingen echte verlichting betekenen. Minder onzekerheid kan ruimte geven om weer vooruit te kijken.

We hebben niet alles teruggekregen wat is ingebracht. Ook kunnen we niet iedere wijziging rechtstreeks aan onze eigen bijdrage toeschrijven. Er hebben veel mensen en organisaties aan gewerkt. Wel herkennen we op cruciale punten verbeteringen die aansluiten bij wat ervaringsdeskundigen steeds opnieuw onder de aandacht hebben gebracht.

Een compliment voor de openheid en samenwerking

Daarom verdient het ministerie van SZW een compliment. Het heeft de regie genomen en ruimte gemaakt voor een brede betrokkenheid, ook van mensen die niet vanzelfsprekend aan beleidstafels zitten.

Wij hebben ervaren dat medewerkers wilden leren van ervaringskennis en goed luisterden. Er was ruimte om te vertellen waar regels in het dagelijks leven knellen, om aannames te bevragen en om mee te denken over oplossingen. Dat verdient erkenning. Zeker omdat luisteren ook kan betekenen dat je eigen voorstellen of werkwijzen ter discussie komen te staan.

Die waardering geldt evenzeer voor de ervaringsdeskundigen. Voor iedereen die tijd en energie heeft vrijgemaakt, persoonlijke ervaringen heeft onderzocht en die heeft verbonden aan grotere vraagstukken. Dat vraagt inzet, en soms ook moed. Zeker wanneer het gaat over situaties waarin je afhankelijkheid, onzekerheid of onrecht hebt ervaren.

Ook SuA, Movisie, Divosa, SAM, VNG, de Landelijke Cliëntenraad, de deelnemende gemeenten, de aanvankelijk betrokken collega’s van Sociaal Werk Nederland en de vele andere betrokkenen hebben vanuit hun eigen kennis en verantwoordelijkheid bijgedragen. Juist de uitwisseling tussen die perspectieven heeft het proces verder gebracht.

Samen blijven leren

De veranderingen geven reden tot waardering. Tegelijk vraagt de invoering om blijvende aandacht. Mensen moeten weten waar zij op kunnen rekenen en verbeteringen ook daadwerkelijk ervaren.

Wat binnen KEUS en het Netwerk Ervaringsdeskundigen Participatiewet is opgebouwd, kan daarbij helpen. Door samen te blijven onderzoeken hoe regels uitwerken. Door terugkerende knelpunten te herkennen en aan te passen. En door ervaringskennis te blijven betrekken bij beleid, uitvoering en evaluatie.

Die betrokkenheid vraagt continuïteit. Mensen moeten kunnen terugzien wat er met hun inbreng gebeurt en kunnen blijven meedenken wanneer de praktijk anders uitpakt dan verwacht.

Er is veel werk verzet door veel mensen. Dat maken we graag zichtbaar. De verbeteringen die nu worden ingevoerd, laten zien dat verandering mogelijk is wanneer mensen bereid zijn naar elkaar te luisteren en samen verantwoordelijkheid te nemen. Laten we die manier van werken vasthouden.

Meer weten over de wijzigingen? Op de website van de Rijksoverheid staat een overzicht van de nieuwe bijstandsregels in 2026 en 2027.

18 oktober 2026

Inschrijf-formulier voor nieuwsbrief van EAPN Nederland

Welke soort netwerk lid 

To top