De Participatiewet staat aan de vooravond van grote veranderingen. Gemeenten willen af van het wantrouwen dat jarenlang centraal stond en bouwen aan een systeem gebaseerd op vertrouwen. Maar hoe pak je dat aan? Hoe zorg je ervoor dat beleid en uitvoering beter aansluiten bij de werkelijkheid van mensen die afhankelijk zijn van de Participatiewet?
Een van de manieren waarop gemeenten dit kunnen doen, is door ervaringsdeskundigen een rol te geven. Binnen het Actieleerproject KEUS (Kennen, Ervaren, Uitproberen, Starten) ondersteunen we gemeenten bij deze transitie. We voeren gesprekken met verschillende gemeenten en merken dat er veel enthousiasme is om ervaringsdeskundigen in te zetten. Toch blijkt dit in de praktijk niet zo eenvoudig.
Ervaringsdeskundigen: waardevol, maar hoe zet je ze goed in?
Steeds meer gemeenten nemen ervaringsdeskundigen in dienst. Maar dat betekent niet automatisch dat zij ook daadwerkelijk als ervaringsdeskundige werken. Soms komen ze terecht op andere functies, zoals bij de receptie. Als ze wél als ervaringsdeskundige worden ingezet, zien we vaak dat ze overspoeld worden met vragen. Iedereen wil gebruikmaken van hun inzichten, wat kan leiden tot overbelasting.
De inzet van ervaringskennis als serieuze kennisbron vraagt om een doordacht proces. Het begint met de erkenning dat ervaringskennis waardevol is. Daarna volgen belangrijke vragen:

- Waar vinden we geschikte ervaringsdeskundigen?
- Welke kennis en opleiding hebben ze nodig?
- Wat wordt hun takenpakket? Alleen in de uitvoering of ook in beleid?
- Hoe staan collega’s hier tegenover?
- Past dit binnen de bestaande wetgeving?
- Hoe regelen we een passend salaris en functiemodel
Daarnaast moeten gemeenten nadenken over begeleiding en ondersteuning:
- Hoe zorg je ervoor dat de ervaringsdeskundige zich thuis voelt in de organisatie?
- Hoe voorkom je dat deze collega overal bij betrokken raakt en overbelast raakt?
- Hoe meet je het effect en bepaal je of uitbreiding nodig is?
Van adviesraden naar structurele inbreng
Cliëntenraden, WMO-raden en Adviesraden Sociaal Domein bestaan al langer en geven burgers inspraak. De inzet van ervaringsdeskundigen is een volgende stap. Dit gaat om mensen die zélf ervaring hebben met armoede, sociale uitsluiting of werken met een aanvulling op hun inkomen. Zij brengen niet alleen hun persoonlijke verhaal mee, maar begrijpen ook de structurele drempels in het systeem.
In de gesprekken met gemeenten zien we verschillende reacties. Sommigen vinden de cliëntenraad voldoende, terwijl anderen juist enthousiast worden over het idee om iemand met ervaringskennis structureel binnen te halen.
Sommige gemeenten starten klein, bijvoorbeeld door een ervaringsdeskundige te betrekken bij gesprekken over minimabeleid. Anderen pakken het groter aan en integreren ervaringskennis binnen de hele WMO-organisatie.
Een belangrijke vraag blijft: waar vinden we geschikte ervaringsdeskundigen? KEUS biedt gemeenten de mogelijkheid om samen een workshop te organiseren, waarin ervaringsdeskundigen en beleidsmakers elkaar ontmoeten. Zo ontstaat er een dialoog en kunnen gemeenten direct horen welke drempels mensen ervaren.
Bruikbare vragen die dan vaak naar voren komen zijn:
➡️ Waarom maak je geen gebruik van bepaalde regelingen?
➡️ Wat zou ervoor zorgen dat je er wél gebruik van maakt?
Dit soort gesprekken tijdens de workshop geven waardevolle inzichten die je met beleidsmaatregelen niet zomaar krijgt en je leert mensen kennen die mogelijkerwijs iets met hun ervaringskennis zouden willen gaan doen.
Een grote stap die zorgvuldigheid vraagt
Het inzetten van ervaringsdeskundigen lijkt soms simpel, maar in de praktijk is het een grote verandering. Het vraagt om realistische verwachtingen en een goede implementatie. Daarnaast is het belangrijk om uit te gaan van ervaringsdeskundigheid op basis van inclusie. Dat betekent dat een ervaringsdeskundige niet alleen zijn of haar persoonlijke ervaring inbrengt, maar ook breed meedenkt over het leven in armoede en sociale uitsluiting.
Niet alle gemeenten zijn al zover. Sommige gemeenten tonen nog geen interesse, anderen willen wel maar weten niet hoe ze moeten beginnen. Voor hen biedt Actieleerproject KEUS een helpende hand. Ook gemeenten die al stappen hebben gezet, kunnen nog met vragen zitten.
Wat vaststaat, is dat de transitie naar een meer inclusieve Participatiewet in gang is gezet. Dit proces kost tijd, inzet en geduld – van gemeenten, maar ook van burgers en de politiek. De steun vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VNG, Divosa, SAM en LCR is er in ieder geval. Nu is het zaak om die verandering ook in de praktijk te brengen.
Met project KEUS zetten wij daarin mooie stappen.
Jo Bothmer, projectcoördinator en bestuur EAPN Nederland.
NB. Voor meer informatie over de workshop waarover Jo Bothmer schrijft, mail naar info@eapnned.nl.