Over de plek van ervaringskennis in systeemverandering
Er is een wezenlijk verschil tussen beleidsuitvoerend werken en beleidskritisch werken. Dat verschil raakt de kern van hoe wij naar ervaringskennis kijken – en vooral: waar we haar positioneren.
Binnen onderwijs en innovatieprocessen wordt verbetering vaak benaderd vanuit de organisatie. De vraag luidt dan: hoe kunnen wij onze missie en visie beter uitvoeren? Professionals verdiepen zich in de doelgroep, ontwikkelen nieuwe methodieken, versterken hun vakmanschap. Het doel is om de ondersteuning van de mens om wie het gaat te optimaliseren.
Dat is waardevol werk.
Maar het is niet hetzelfde als systeemkritisch werken.
Verbinden met de doelgroep of het systeem bevragen?
Wanneer ervaringskennis wordt ingezet vanuit een inclusieve visie, verschuift het perspectief. Dan gaat het niet alleen om betere uitvoering, maar om de vraag:
Wat in het systeem belemmert mensen in hun leven en in de kwaliteit daarvan?
Dat is een andere beweging.
Die gaat niet primair over methodiek.
Niet alleen over vakbekwaamheid.
Maar over structuur, macht, regels en onderliggende aannames.
Het gaat over het geheel.
Ervaringskennis vanuit inclusie raakt daarom niet alleen het micro- of mesoniveau, maar juist ook het macroniveau – ook wanneer zij binnen een organisatie wordt ingezet. Dan gaat het over het verbeteren van visie, missie, strategie en het beleid dat daaruit voortkomt. Dan kijk je samen naar wat in het systeem belemmert in plaats van alleen naar wat in de uitvoering beter kan.
Daar hoef je geen masterniveau voor te hebben.
Cliëntenraden doen dit dagelijks.
Het vraagt een gedeelde verantwoordelijkheid om met elkaar de verandering te kunnen zijn: systeemuitvoerders én mensen met ervaringskennis.
Dragers van diverse ervaringskennisbronnen
Een ervaringsdeskundige – iemand die zich bewust is van de eigen ervaringskennis – is geen uniforme professional. Het zijn mensen die dragers zijn van diverse ervaringskennisbronnen, voortgekomen uit hun eigen geleefde leven.
Die bronnen kunnen gaan over dak- en thuisloosheid.
Over verslaving.
Over DSM-problematiek.
Over relationeel geweld.
Over armoede en schulden.
Over de impact van niet gewenst zijn geweest.
Unieke ervaringen. Doorleefd. Soms rauw. Soms getransformeerd tot herstel.
Omdat geen enkel leven hetzelfde is, is ook geen enkele ervaringsdeskundige hetzelfde. De combinatie van ervaringen, context en reflectie maakt iedere drager van ervaringskennis uniek. Juist die veelheid maakt dat systeemkritische inzet zo rijk kan zijn.
De ervaringsdeskundige systeemkritische belangenbehartiger doet dan ook precies dat: schudden aan het systeem.
Of het nu gaat over relaties, geld, wonen, onderwijs, zorg of werk. Het gaat over het hele leven – en over de belemmerende rol die ingerichte systemen daarin kunnen innemen.
De toeslagenaffaire is daarvan een pijnlijk voorbeeld.
De bijstand eveneens – niet voor niets moet deze weer “in balans” komen. Terug naar menselijke maat en vertrouwen.
Het jeugdbeleid is ook zo’n dossier waarin goede bedoelingen soms anders uitpakken in het dagelijks leven van gezinnen.
En zo is er meer wat minimaal niet helpend werkt – en maximaal het vaak nog erger maakt.
Beleidsuitvoerend of beleidskritisch?
De vraag is dus niet óf we ervaringskennis inzetten.
De vraag is: waarvoor en vanuit welke positie?
Wordt zij ingezet om bestaand beleid beter uit te voeren?
Of wordt zij ingezet om dat beleid zelf kritisch te bevragen en waar nodig te veranderen?
Deze vorm van inzet van ervaringskennis verdient haar eigen aandacht. Haar eigen deskundigheidsbevordering. Niet om haar in te passen in bestaande structuren, maar om haar kracht als systeemkritische spiegel te versterken.
Zo maken we de eigenWijze bron die ervaringskennis uit de leefwereld heet steeds rijker in vormen en mogelijkheden. Net zo divers als mensen nu eenmaal zijn.
Niet om het systeem efficiënter te maken.
Maar om het menselijker te maken.