Mijn levensloop is niet lineair.
Ik maakte mijn havo niet af. Ik was een drop-out.
Ik leefde meerdere keren in armoede, als tiener, als jonge vrouw, als alleenstaande ouder.
Ik had periodes waarin ik werkte in een op het oog goede baan, maar ondertussen worstelde met belastingschulden en dreigende dak- en thuisloosheid. Ik had mijn eigen toeslagenaffaire, nog voordat we dat woord collectief kenden.
Dat zijn enkele hoofdstukken uit het verhaal wat mijn leven heet.
Lange tijd betekenden ze vooral dit: achterstand.
Geen diploma. Geen vanzelfsprekende toegang. Geen keurmerk van geschiktheid.
Zelfs in contact met de mensen uit de systemen, werd dit jaren gezien als, slechts ervaring, citaat: “maar jullie zijn geen professionals!”
Via het werken als ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting ben ik vormen van deskundigheidsbevordering gaan volgen. En pas op latere leeftijd begon iets te kantelen.
Niet omdat mijn leven ineens anders was geworden, maar omdat het systeem mij anders ging zien.
Wat eerder tekort heette, werd nu expertise.
Wat eerder een risico was, werd nu kapitaal.
De framing veranderde. En daarmee veranderde mijn waarde.
Dat was en is een ongemakkelijke ontdekking.
De ervaringen zelf waren niet veranderd.
Mijn armoede ervaringen waren niet minder echt geworden.
Mijn schuldenverleden niet minder pijnlijk.
Mijn drop-out niet minder feitelijk.
Wat veranderde, was de context.
Zodra mijn levensloop werd gedekt door diploma’s en gepositioneerd als ervaringsdeskundigheid, ontstond erkenning.
“Wat waardevol dat je dit meebrengt.”
“Wat goed dat je deze kennis inzet.”
Het label gaf legitimiteit.
En alsnog bleef het systeem spreken in papieren. Want de erkenning kwam pas goed op gang toen ik uiteindelijk in mijn huidige baan, mijn master had behaald. Het ‘geen diploma’ werd opgelost, niet omdat mijn kennis pas toen ontstond, maar omdat het systeem daarom vroeg.
Een kans, geen vanzelfsprekendheid
Ik werk inmiddels als zij-instromer in het onderwijs en onderzoek.
Dat is niet gebeurd via een perfecte sollicitatiebrief.
Dat gebeurde omdat een lector mij leerde kennen, mijn inzet zag, mijn denken herkende en mijn mogelijkheden zag, voorbij mijn papieren.
Die relationele erkenning maakte mijn niet-lineaire ontwikkeling geen risico, maar potentieel.
En ik weet: niet iedereen krijgt zo’n kans.
Hoeveel mensen worden niet gezien, omdat hun levensloop niet past binnen het ideale traject?
Wanneer wordt ervaring gevaarlijk?
Mijn verhaal is relatief mild vergeleken met andere biografieën.
Wat als je levensloop ook periodes van detentie kent?
Van prostitutie door omstandigheden?
Van dak- of thuisloosheid?
Van verslaving als vlucht uit ondraaglijke gebeurtenissen of omstandigheden?
Van psychiatrische ontregeling?
Wanneer je die ervaringen thematiseert als ervaringsdeskundigheid, ontstaat er ruimte. Dan worden ze systeemkennis. Dan krijgen ze waarde.
Maar positioneer je jezelf voor een ‘reguliere’ functie, dan kan dezelfde openheid je kansen verkleinen.
Dan wordt je verleden geen expertise, maar een risico-inschatting.
De ervaring zelf verandert niet.
Alleen het frame verandert.
Voorwaardelijke erkenning
Wat mij hierin raakt, is dit:
Erkenning blijkt hierdoor voorwaardelijk.
Je levensverhaal mag betekenis hebben, mits het in het juiste vakje past.
Je ervaring mag tellen, mits zij functioneel is voor het systeem.
Je afwijking van het lineaire pad mag bestaan, mits zij instrumenteel te maken is.
Maar zodra je complexiteit niet direct te vertalen is naar een erkend profiel, wordt zij onzekerheid. Terwijl daar – juist daar – goud ligt.
De hiërarchie van kennis
Onze arbeidsmarkt en instituties zijn diep doordrenkt van hiërarchie.
Diploma’s boven ervaring.
Lineaire trajecten boven grillige ontwikkeling.
Stabiliteit boven overleving.
We spreken over inclusie.
We spreken over tweede kansen.
Maar onze selectiemechanismen zijn nog steeds ingericht op voorspelbaarheid.
Niet-lineaire kennisontwikkeling wordt gedoogd.
Zij wordt soms zelfs gevierd.
Maar zij is nog steeds geen norm.
Vragen die blijven
Mijn levensloop was lange tijd een risico, een belemmering voor mijn kansen. Nu is zij in bepaalde contexten waardevol kapitaal.
Dat verschil zegt niet zoveel over mij. Het zegt vooral iets over hoe wij waarde organiseren.
Wanneer is een levensverhaal een risico en wanneer is het kapitaal?
En misschien nog fundamenteler:
Durven wij te bouwen aan een samenleving waarin erkenning niet afhankelijk is van het ‘juiste’ label, de ‘juiste’ framing?
- Waarin ervaring meer is dan ‘ballast’, gezien wordt als waardevol en mee telt?
- Waarin een mens meer is dan zijn papieren en ook meer dan zijn verleden?
Zolang openheid alleen veilig is binnen specifieke kaders, blijft erkenning voorwaardelijk.
Voorwaardelijke erkenning heeft niets te maken met evenwaardigheid.
En zolang dat zo is, blijven we mensen reduceren tot wat binnen onze kaders past, in plaats van te leren van wat daarbuiten groeit.
Quinta Ansem, voorzitter European Anti Poverty Network Nederland
Het Nederlands Anti Armoede Netwerk