Ervaringskennis ontstaat in relatie(s)

Een verrijking op ‘Voorbij de spraakverwarring’

De notitie Voorbij de spraakverwarring van Movisie biedt een waardevolle en zorgvuldig opgebouwde poging om helderheid aan te brengen in begrippen die in de praktijk van participatie en ervaringskennis vaak door elkaar heen lopen (Sok et al., 2026). Juist dat maakt deze publicatie relevant. In een veld waarin termen als ervaring, ervaringskennis, ervaringsdeskundigheid, belangenbehartiging en participatie regelmatig verschillend worden gebruikt, helpt deze notitie om taal, rollen en verwachtingen beter van elkaar te onderscheiden. Dat is belangrijk, omdat begripsverwarring in de praktijk niet alleen theoretisch ongemak oplevert, maar ook direct invloed heeft op hoe mensen worden gepositioneerd, gehoord en gewaardeerd binnen beleid, uitvoering en participatieprocessen.

Veel van wat in de notitie beschreven wordt, sluit aan bij hoe wij binnen European Anti Poverty Network Nederland kijken naar ervaringskennis als een volwaardige kennisbron. Vooral de beschrijving dat ervaringskennis meer is dan het hebben van een ervaring herkennen wij sterk. De notitie maakt terecht onderscheid tussen ervaringen, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid en benoemt dat ervaringskennis ontstaat door betekenisgeving, reflectie en uitwisseling met anderen (Sok et al., 2026, p. 5). Daarmee wordt expliciet gemaakt dat losse ervaringen niet automatisch leiden tot collectieve inzichten die overdraagbaar of bruikbaar zijn voor beleid en praktijk.

Ook de nadruk op collectieve ervaringskennis vinden wij sterk. De notitie beschrijft dat collectieve ervaringskennis ontstaat doordat ervaringen gedeeld, verdiept en verbonden worden met andere kennisbronnen en perspectieven (Sok et al., 2026, p. 5). Dat raakt direct aan hoe wij binnen onder andere het KEUS-project spreken over ervaringskennismix: het strategisch verbinden van verschillende vormen van ervaringskennis, professionele kennis en praktijkinzichten om tot diepere analyses en betere aansluiting op de leefwereld van mensen te komen.

Tegelijkertijd zouden wij vanuit onze visie een belangrijke verrijking willen toevoegen aan hoe ervaringskennis ontstaat. In de notitie ligt de nadruk vooral op reflectie op ervaringen. Wij zouden zeggen: ervaringskennis ontstaat in relatie. Niet alleen door individueel terug te kijken op wat iemand heeft meegemaakt, maar juist in de ontmoeting met anderen, in herkenning, in dialoog, in gespiegeld worden en in het gezamenlijk betekenis geven aan ervaringen.

In het artikel Waar begint ervaringsdeskundigheid? beschrijft Quinta Ansem dat er een moment kan ontstaan waarop iemand zich realiseert dat in de eigen ervaringen kennis besloten ligt waar iets anders mee kan dan slechts overleven. Dat moment ontstaat vaak niet in isolement, maar juist relationeel. In contact met anderen kan iemand gaan ervaren dat persoonlijke ervaringen niet alleen iets individueels zijn, maar ook maatschappelijke betekenis dragen. Daar ontstaat potentie. Niet alleen als gedachte, maar ook als gevoel: het besef dat wat iemand heeft meegemaakt van waarde kan zijn voor anderen, voor systemen en voor verandering.

Vanuit die visie kijken wij ook anders naar ervaringsdeskundigheid dan veel gangbare definities doen. Wat sterk is aan deze notitie, is dat ervaringsdeskundigheid niet automatisch gekoppeld wordt aan het hebben gevolgd van een formele opleiding tot ervaringsdeskundige. De formulering blijft bewust breder:

“Er is sprake van ervaringsdeskundigheid als iemand de vaardigheden heeft om diens (collectieve) ervaringskennis in te zetten om lotgenoten, hulpverleners, onderzoekers, organisaties of beleidsmakers verder te helpen” (Sok et al., 2026, p. 5).

Juist die open formulering biedt ruimte voor meerdere leerroutes en ontwikkelpaden. Mensen ontwikkelen zich immers niet allemaal via dezelfde scholing, hetzelfde taalgebruik of dezelfde professionele context. Ervaringskennis kan zich ook ontwikkelen via cliëntenraden, buurtinitiatieven, belangenbehartiging, vrijwilligerswerk, lotgenotencontact, bewonersparticipatie of simpelweg door jarenlang te navigeren binnen systemen die diepe impact hebben op het dagelijks leven.

In Samen de verandering zijn beschrijven wij daarom een meer ontwikkelingsgerichte beweging rondom ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid (EAPN NL et al., z.d.). Daarin maken wij onderscheid tussen ervaringskennis, ervaringsdeskundige eigen ervaring, ervaringskunde en ervaringswerker.

Dat begint bij de erkenning dat iedereen ervaringskennis heeft: kennis die voortkomt uit het eigen leven en de eigen ervaringen. Vervolgens ontstaat ervaringsdeskundigheid op het moment dat iemand zich bewust wordt van die ervaringskennis en begint te reflecteren op de eigen ervaringen. Daarna kan zich ervaringskunde ontwikkelen: het vermogen om opgedane ervaringskennis te vertalen naar meer dan het eigen leven, bijvoorbeeld door algemene inzichten, voorstellen of ondersteuning voor anderen te formuleren. De ervaringswerker is vervolgens iemand die die ervaringskunde actief inzet in overlegsituaties, advisering, ondersteuning of beleidsbeïnvloeding.

Dat lijkt misschien een subtiel verschil met de beschrijving in de notitie, maar onderliggend zit daar een andere mensvisie onder. Veel definities van ervaringsdeskundigheid vertrekken impliciet vanuit een paradigma van vakkundigheid en professionalisering: iemand beschikt pas over ervaringsdeskundigheid wanneer die voldoende vaardigheden heeft ontwikkeld om ervaringskennis professioneel in te zetten. Vanuit onze visie begint ervaringsdeskundigheid al eerder, namelijk bij bewustwording en betekenisgeving. Niet als volledig uitgewerkte professionaliteit, maar als een aanwezig potentieel.

Dat betekent niet dat deskundigheidsbevordering onbelangrijk is. Voor sommige functies, bijvoorbeeld binnen de GGZ of andere professionele ondersteuningsrollen, is het juist belangrijk dat gekeken wordt naar minimale vakkundigheid, methodisch handelen, reflectievermogen en belastbaarheid. Maar dat is iets anders dan bepalen of iemand wel of niet over ervaringsdeskundigheid beschikt.

Juist hier ontstaat ook een belangrijk inclusievraagstuk. Wanneer ervaringsdeskundigheid alleen wordt erkend zodra iemand voldoet aan professionele normen van articulatie, beleidsmatige vertaling of methodische inzetbaarheid, bestaat het risico dat vooral mensen die al relatief dicht bij systemen staan als “deskundig” worden gezien. Terwijl juist mensen die nog midden in bestaansonzekerheid, stress, uitsluiting of institutioneel wantrouwen leven, vaak essentiële ervaringskennis dragen over hoe systemen daadwerkelijk uitwerken in het dagelijks leven.

Vanuit onze visie vraagt dat ook iets van systemen zelf. Ervaringskennis wordt niet vanzelf zichtbaar, zeker niet aan tafels waar mensen zich niet veilig, welkom of serieus genomen voelen. Dat betekent dat organisaties, gemeenten, instellingen en beleidsprocessen verantwoordelijkheid dragen voor wat wij steeds vaker ervaringskennisvinding noemen: het actief mogelijk maken dat ervaringskennis zichtbaar, hoorbaar en ontwikkelbaar kan worden.

Dat kan via cliëntenraden, adviesraden sociaal domein, bewonersparticipatie, burgerberaden, belangenorganisaties, straatadvocaten, onafhankelijke cliëntondersteuning of door ervaringsdeskundigen in dienst te nemen, of actief de systeemkritische belangenbehartigers uit te nodigen voor reflectie en advies. Maar geen enkele structuur garandeert automatisch dat ervaringskennis ook werkelijk tot zijn recht komt. Daarvoor zijn relationele voorwaarden nodig: veiligheid, tijd, erkenning, ruimte voor reflectie, ondersteuning en een cultuur waarin mensen niet alleen mogen aansluiten wanneer zij “professioneel genoeg” zijn geworden.

Juist daarom hebben wij binnen het KEUS-project verschillende werkbladen, modellen en reflectie-instrumenten ontwikkeld die organisaties helpen om bewuster te kijken naar:

  • welke vormen van ervaringskennis aanwezig zijn;
  • welke rollen daarbij passen;
  • welke ondersteuning nodig is;
  • hoe ervaringskennis zich kan ontwikkelen;
  • en hoe ervaringskennis niet naast maar tussen systeemlagen kan functioneren.

Daarin gaat het niet alleen over het inzetten van ervaringsdeskundigen, maar ook over het ontwikkelen van organisaties die daadwerkelijk ruimte kunnen maken voor ervaringskennis. Niet als symbolische toevoeging of legitimatie achteraf, maar als richtinggevende kennisbron in beleid, uitvoering en verandering.

In dat opzicht raakt deze notitie aan een belangrijke beweging die wij volledig onderschrijven: het erkennen van ervaringskennis als volwaardige kennisbron naast professionele, wetenschappelijke en beleidsmatige kennis. Tegelijkertijd zouden wij daaraan willen toevoegen dat ervaringskennis niet alleen een bron is die “gebruikt” kan worden, maar ook iets relationeels en menselijks dat aandacht, ontwikkeling en wederkerigheid vraagt.

En daar zit uiteindelijk de belangrijkste verrijking vanuit onze visie:
ervaringskennis is niet alleen iets wat iemand hééft, maar ook iets wat in relatie kan ontstaan, groeien en tot bloei kan komen.

Bronnenlijst

Ansem, Q. (2026). Waar begint ervaringsdeskundigheid? LinkedIn.

European Anti Poverty Network Nederland, Windesheim Lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg, & Expertisecentrum Sterk uit Armoede. (z.d.). Samen de verandering zijn.

Sok, K., De Jeu, J., & Mulder, M. (2026). Voorbij de spraakverwarring: De veelzijdigheid van ervaringskennis in participatietrajecten. Movisie.

Inschrijf-formulier voor nieuwsbrief van EAPN Nederland

Welke soort netwerk lid 

To top